Toen in 1972 de werken voor de hydro-elektrische centrale Porțile de Fier, in de Donaurivier tussen Roemenië en Servië werden afgewerkt betekende dit het einde van de Turkse enclave Ada Kaleh. Ada Kaleh was een minuscuul eiland in de rivier ter hoogte van de plek waar de Donaurivier zich door een aantal smalle kloven (de IJzeren Poorten) moet wringen.
De hydro-elektrische centrale was een joint venture tussen Joegoslavië en Roemenië. De werken gingen van start in 1964.

Het was toen de 10de grootste hydro-elektrische centrale in de wereld. Het einde van de werken betekende meteen het einde van het eiland Ada Kaleh waar toen zo’n 600 Turken woonden. Er was een moskee en een bazaar en verschillende kleine straten.

In de loop van de geschiedenis wisselde het eiland geregeld tussen Habsburgers en Ottomaanse Turken. De Habsburgers bouwden er zelfs een Vauban vesting om het eiland tegen de Ottomanen te verdedigen.Het eiland bleef tot 1923 Turks gebied maar werd dan bij Roemenië gevoegd. Je vond er goedkope koopwaar en handige smokkelaars.
In 1967, voor het eiland onder water werd gezet, emigreerde de overblijvende bevolking grotendeels naar Turkije. Een minderheid vestigde zich in de Dobrogea, waar al een belangrijke Turkse minderheid gevestigd was. De bevolking van het eiland leefde van de visvangst en het verbouwen van tabak.
Voor het eiland definitief onder water verdween werden een aantal bouwwerken, waaronder de moskee en het kerkhof, overgeplaatst naar het nabijgelegen eiland Simian, Maar de bevolking van Ada Kaleh verkoos andere oorden om zich te vestigen.