Het is niet moeilijk om te raden waar de naam van dit koekje vandaan komt. Salam de biscuiti betekent in het Roemeens letterlijk salami van koekjes.
Deze lekkere chocoladerol met kleine stukjes koek lijkt inderdaad verdacht veel op een lekkere grove worst.
Dit koekje zal elke Roemeen aan kerst doen denken. Rond die tijd wordt dit koekje altijd gemaakt.
Je hebt geen oven nodig voor dit koekje en het is razendsnel gemaakt met kant en klare koekjes en een paar andere eenvoudige ingrediënten.
De Roemeense keuken is beïnvloed door heel veel culturen. Zo midden in Europa is het onder andere bezet geweest door de Romeinen, Turken en was het onderdeel van het Hongaars-Oostenrijkse rijk. Het land heeft altijd open gestaan voor invloeden van buitenaf zodat ook Franse, Italiaanse en Duitse elementen in de keuken terug te vinden zijn.
Walnoten zijn een belangrijk inheems ingrediënt in dit koekje maar het wordt ook vaak nog wat opgevrolijkt met stukjes Turks fruit. Ik vond het koekje zo al zoet en lekker genoeg en ben ook een fan van het simpele maar chique bruin-wit effect van dit salam de biscuiti koekje.
‘Salam de biscuit’ voor ca. 30 koekjes
Ingediënten
- 250 gram mariakoekjes
- 50 gram walnoten
- 110 gram suiker
- 50 gram cacaopoeder
- 50 gram pure chocolade
- 100 gram boter
- 1 eetlepel rum
- 60 milliliter melk
Werkwijze
Breek de mariakoekjes en de walnoten in kleine stukken.
Doe de suiker, het cacaopoeder, de chocolade, de boter, de rum en de melk in een steelpan en verwarm al roerend, op een laag vuurtje, tot er een homogene massa ontstaat.
Giet de chocolademassa over het koekjesmengsel.
Meng de chocolade goed door het koekjesmengsel. Alle stukjes moeten bedekt zijn.
Stort de massa op een langwerpig stuk plastic huishoudfolie. Vorm grof tot een rechthoek van ca. 10 x 25 cm.
Rol met behulp van de plastic huishoudfolie tot een rol van ca. 8 cm ø. Draai goed dicht aan de beide uiteinden en leg er een knoop in. Laat in de koelkast ca. 3 uur of liever een nacht opstijven. Snij het gebak in plakjes van ca. ½ cm.