Roemenen, en vooral diegenen die in de Maramureṣ wonen, zijn bijzonder handig in groot en klein houtsnijwerk. Daarbij gebruiken ze figuren die eeuwenoude symbolen zijn. Kijken we maar naar de monumentale toegangspoorten die je in de Maramureṣ vindt en ook bij de Hongaarssprekende bevolking van o.m. de provincie Mureṣ.
Er zijn drie motieven die je vaak samen aantreft: de zon, een touw en de levensboom. Elk hebben ze hun eigen symboliek en hun eigen vormgeving. Sommige zijn duizenden jaren oud en stammen uit de pre-christelijke beschavingen.
Zo is er het symbool van de zon. De cirkel symboliseert leven en vruchtbaarheid, schenkt positieve energie en bescherming. Met de komst van het christendom werd een kruis aan de cirkel toegevoegd.
Het touwmotief is alomtegenwoordig, vooral op steunende balken. Het is een symbool van oneindigheid dat de mensen beschermt en de aarde verbindt met het oneindige van de hemel. Deze symboliek vinden we ook in het orthodoxe ‘groot kruisteken’ waarbij diegene die het kruis maakt ook de grond raakt.
Ook de levensboom tref je vaak aan op de monumentale poorten die de toegang tot het binnenplein bewaken. Soms zie je letterlijk een vaas met planten en bloemen, vaak zijn zij erg gestileerd en niet zo makkelijk als boom te herkennen. Het is een eeuwenoud symbool voor de relatie tussen de mens, God en de natuur. Je vindt de levensboom vaak op de horizontale steunbalken van de poort. De Republiek Moldavië heeft er zelfs een nationaal symbool van gemaakt.
Een mooi staaltje van vakmanschap in het bouwen van houten kerken (typisch voor de Maramureṣ) is het klooster van Bârsana.






