Jozef Stalin, leider van de Sovjet-Unie, organiseerde hongersnood als niets ontziend repressiemiddel tegen landen en bevolkingsgroepen die tegen hem in opstand kwamen.
Dat gebeurde in 1932-1933 in Oekraïne waar zo’n 3,9 miljoen (overwegend) plattelandsbewoners van honger omkwamen. Deze periode wordt de Holodomor genoemd en wordt tot de dag van vandaag elk jaar herdacht.
Maar ook in de Republiek Moldavië werd ‘honger’ als wapen ingezet om de bevolking naar de hand van de USSR te zetten. In 1946-1947 kwamen 200.000 mensen, vaak kinderen en ouderen, om van de honger.
Het begon allemaal met een periode van grote droogte maar de rol van de politiek wordt overvloedig aangetoond door documenten en getuigenissen. Ondanks de karige oogsten moesten de boeren grote hoeveelheden graan, aardappelen, vlees, melk, wol en zonnebloemen overhandigen aan de staat.
De communistische partij en de lokale sovjetraden speelden daarin een actieve rol. Voor sommige lagen van de bevolking waren er voedselbonnen maar op het platteland was er nauwelijks voedsel voorhanden.


De gevolgen waren dramatisch: tienduizenden mensen stierven van honger. Moord, plundering en zelfs kannibalisme waren schering en inslag.
De bedoeling van de communisten was: een uitgehongerde bevolking verliest alle kracht om zich te verzetten tegen het regime dat hen werd opgedrongen.
Deze misdaad wordt jaarlijks herdacht op de derde zaterdag van april.